| Denemarken: megalieten | |||||||||||||||||||
|
- foto's Møn - megalieten |
Møn Er zijn maar liefst 119 grafheuvels op Møn en het eiland is daarmee een van de gebieden in Denemarken met de grootste concentratie aan prehistorische graven. In de Fanefjord, een kleine baai in het zuidwesten van Møn, bevindt zich het hunebed Grønjægershøj (Grøsalen). Het ligt 500 meter ten zuiden van het kerkje dat bekend staat om zijn mooie fresco's. Het hunebed is 102 meter lang, 13 meter breed, 8 meter hoog en heeft 134 randstenen. Grønjægershøj dateert uit de Neolitische periode (nieuwe Stenentijdperk), uit circa 3500 v. Chr. en is een van de grootste grafheuvels van Denemarken. Het bevat 3 grafkamers, waarvan er 2 ooit zijn geopend. Wanneer die zijn geopend en wat er is aangetroffen in niet bekend. De meest westelijke grafkamer is nog intact en wordt afgedekt met een flinke steen die op de grafheuvel zichtbaar is. In 1810 heeft bisschop Münter de grafheuvel onderzocht en sindsdien wordt deze wettelijk beschermd. Hij zou vernoemd zijn naar Grønjæger, een legendarsiche koning die ooit over het westelijke deel van Møn heerste. Hij en zijn vrouw Fane, waar de baai naar is vernoemd, zouden hier begraven zijn.
Ten zuiden van het dorpje Roddinge (ten noorden van Grøsalen) ligt het dubbele hunebed Klekkende Høj. Het is een van de best gedocumenteerde graven die Denemarken rijk is. Al aan het eind van de 18de eeuw werden hier opgravingen verricht en de vondsten (skeletdelen, potten, barnsteen kralen, vuursteenbijlen en -dolken) werden geschonken aan het toen juist opgerichte Nationalmuseum in Kopenhagen. Ook dit graf dateert uit de Neolitische periode (nieuwe Stenentijdperk), men neemt aan uit circa 4500 v. Chr. Het is een ganggraf (passage grave, tombe a couloire) waarbij de grafkamer wordt bereikt door een gang. Klekkende Høj is bijzonder omdat dit graf 2 parallele gangen heeft, gericht op het oosten. Deze gangen zijn 7 meter lang. De website www.megalithicroutes.eu meldt: In ongeveer 1798 werden de grafkamers geopend en opgegraven door de heer van Huis Marienborg, Pierre Antoine Gérard Bosc de la Calmette en zijn butler. Het kostte 14 mannen twee weken om de kamers vrij te leggen, de dekstenen weg te slepen en de twee kamers met hun afzonderlijke toegangen op te graven. De schade aan het graf was zo ernstig dat de stenen later moesten worden gerepareerd met beton en roestvrijstalen constructies. Het onderste deel van het graf is een terrasvormige ophoging die uit de vroegste periode van het hunebed dateert. De opgraving van de Klekkendehøj grafheuvel is in 1815 beschreven door Pastor Johan Paludan wiens bron ‘Berg de butler’ was, degene die het zware werk in de grafheuvel had gedaan. “De stelen van de scheppen waren ingekort vanwege de nauwe werkruimte. De stank dreef de arbeiders ertoe nu en dan uit de grot te klauteren voor frisse lucht.” Het onderzoek en het rapport zijn voor hun tijd grondig. Berg de butler groef in horizontale lagen en kon daardoor opmerken dat vuurstenen dolken die 1000 jaar later dateerden, bovenop lagen, terwijl de vuurstenen bijlen (van de vroegste gebruikers van het graf) op de bodem lagen. Pastor Paludan had zijn eigen lugubere interpretatie: op de bodem lag een hoofdman met zijn mensen, terwijl de bovenlaag met lichamen bestond uit geofferde krijgslieden van wie het hart was uitgesneden met de dolken. Tegenwoordig worden Bergs opmerkingen beschouwd als de meest waarschijnlijke. Vlak bij het dorpje Roddinge liggen de hunebedden Kong Askers Høj en Sprove stordysse. Kong Askers Høj bestaat uit 19 draagstenen en 7 enorme dekstenen, is 10 meter lang en 2 meter breed. De website www.megalithicroutes.eu meldt: Met zijn 10 meter lange grafkamer, is dit één van de grootste hunebedden in Denemarken. Vanaf de weg is de lange entreegang in de oostzijde van de grafheuvel duidelijk zichtbaar. Kong Asgers Høj werd in 1839 opgegraven door Gustav C. Hage, een handelaar uit Stege, de hoofdplaats van Møn. Hij vond een aantal vuurstenen werktuigen en potten. Gedurende een periode van 300 tot 400 jaar werd ieder jaar een graf gebouwd van reisachtige keien (megalieten). De afstand tussen de bouwlocaties was relatief kort in deze periode van explosieve bouw. “Gelukkig genoeg vonden we al heel snel de ingang, die op het zuiden ligt, maar het kostte veel inspanning om de compacte klei weg te graven waarmee het bijna volledig was gevuld. Binnen in het hunebed lag een halve meter los droog zand of as, en ik verwachtte een rijke vondst, maar, helaas, ik werd teleurgesteld”. Dit waren de woorden die Hage de handelaar in 1839 aan het Nationaal Museum van Denemarken schreef. Slechts een paar archeologische voorwerpen werden in het hunebed gevonden: een fraaie stenen strijdbijl, een paar vuurstenen werktuigen en verbrokkeld botmateriaal. Maar niemand kon bij deze schatgraver en amateurarcheoloog de blijdschap wegnemen van de eerste te zijn die een grafkamer binnenkwam waar de tijd 5000 jaar had stilgestaan. Sprove stordysse bestaat uit een lange toegangsweg die geplaveid is met stenen, en twee grote keien die de ingang tot de grafkamer zelf versperren. In de Bronstijd (1700 tot 500 v. Chr.) werden zogenoemde cup marks (komvormige uithollingen) in de steen aangebracht, maar het graf dateert uit de Neolithische periode, waarschijnlijk tussen 3300 en 3200 v.Chr. Oorspronkelijk bedekte een laag aarde de grafkamer en de grote keien. Voor de ingang werden scherven gevonden van aardewerk dat met mooie patronen was versierd, en er wordt gedacht dat ze afkomstig zijn van rituele offers aan de doden. Ze getuigen van de grafrituelen die werden uitgevoerd door mensen uit de Neolithische periode Jutland
Jylland kent vele plekken waar de oudheid nog altijd aanwezig is. Zo bevindt zich bij het gehucht Ammelhede, ten zuidoosten van Randers, de grafheuvel Hamlet's Grave uit de Bronstijd. De plaatsnaam Ammelhede komt voor in een verhaal over de legendarische koning Amled uit de IJzertijd. Dit verhaal werd rond 1200 voor het eerst opgeschreven door de Deense historicus Saxo Grammaticus, wiens werk indirect inspiratie was voor Shakespeare's Hamlet. In 1933 is hier de gedenksteen neergezet. De omgeving is rijk aan archeologische plaatsen waaronder een grote gemeenschap uit de IJzertijd. Dit maakt het aannemelijk dat hier ooit machtige personen in de omgeving hebben gewoond. Een ander voorbeeld uit de oudheid is Ydby Hede in het noordwesten van Jylland, op de oever van de Limfjord, waar maar liefst 200 grafheuvels zijn aangetroffen. Hier moeten in de periode van de grote vikingtochten naar Engeland de drakenschepen zijn samengekomen om door het toen nog bestaande Aggerkanaal de Noordzee op te varen. De Abterp hunebedden (Abterp Langdysser) die zich in het zuiden van Jylland (ten zuiden van Skærbæk) bevinden, dateren uit 3500 tot 3100 voor Chr. Ze zijn nogal lastig te vinden en er is, naast het informatiebordje in het Deens, geen informatie over te vinden. Andere bezienswaardigheden uit oude tijden: vikingnederzetting Fyrkat, runenstenen in Jelling, grafveld Lindholm Høje, hunebed Poskær Stenhus en veenlijk Tollund Man. Poskær Stenhus is een fraai hunebed. Het bevindt zich tussen Agri en Knebel in Nationalpark Mols Bjerge. Binnen een ring van hoge, dichtopeenstande randstenen staat een enorm hunebed met een deksteen die meer dan twintig ton weegt. Oorspronkelijk was het geheel door een heuvel bedekt, waarbinnen twee veelhoekige grafkamers waren. In 1890 was men begonnen met het hunebed in stukken te hakken, maar de plaatselijke dominee wist nog net te voorkomen dat het helemaal vernield werd. De stenen mochten blijven staan en de steenhouwers kregen honderd "rigsdaler" schadevergoeding. |